donderdag 21 juni 2012

Tien Texelse tips (deel 1)

Al sinds ik me kan herinneren, kom ik tijdens vakanties op de Waddeneilanden. Op Texel, de grootste, kom ik nog steeds regelmatig. Al meer dan 20 jaar hebben we een fijn appartement in familiebezit. En omdat er zo veel te doen is, leek het mij leuk om eens wat tips met jullie te delen op dit blog. Want zelfs een weekendje naar Texel voelt als een week vakantie. Op de boot, een reis van maar 20 minuten, laat je niet alleen de vaste wal, maar ook het dagelijks leven achter je. Dit deel gaat over de mooie natuur van Texel, om te fietsen of te wandelen. De volgende delen, die later zullen verschijnen, bevatten culinaire tips en leuke activiteiten naast fietsen en wandelen.

Waarom Texel zo mooi is
Texel is een prachtig eiland met historie. Texel heeft, naast strand en duinen, veel boerenland, bossen en dorpen. Het eiland wordt ieder jaar mooier, althans zo lijkt het. Er wordt de laatste 10 jaar een veel actiever natuurbeleid gevoerd en dat zie je. De bermen bloeien, vooral in juni, uitbundig. Veel oude tuinwallen en stolpboerderijen zijn gerestaureerd en nieuwe fiets- en wandelpaden ontsluiten onbekende stukken natuur. Het voorjaar vind ik zelf altijd het mooist. In April met de bollenvelden, in mei met het verse groen in duin en bos en in juni met de bloeiende bermen en tuinwallen. Maar de paarse heide in de duinen in september is ook prachtig.

Mijn tien tips:

bron: Flickr
1. Slufter / Nederlanden / Muy
De duinen van Texel zijn overal mooi. Het is niet voor niets één groot Nationaal Park. Maar er zijn enkele bijzondere gebieden: De slufter is een gebied waar nog steeds getijdewater in- en uitstroomt. Kreken doorkruisen het landschap. Leuk om te dwalen, maar het kan zijn dat je door het water moet waden om weer terug te komen. De Muy zijn een aantal vennetjes ontstaan na duindoorbraken en nu een plek waar veel vogels zitten. De Nederlanden is een nieuw natuurgebied. Het was agrarisch gebied, maar wordt weer “teruggegeven aan de natuur”. Er grazen Galloway runderen en schapen. Verandert nog ieder jaar.

2. Typisch Texels landschap met tuinwallen en Texelse stolpboerderijen en schapenboeten
Bron: Staatsbosbeheer
Texel is prachtig als je in het boerenland die mooie oude stolpboerderijen ziet staan, her en der een typische schapenboet (schapenstal met schuine zijde aan de westkant in de wind en mogelijkheid tot hooiopslag boven de stal) en de mooie tuinwallen. Een tuinwal is een erfafscheiding of weidebegrenzing van plaggen gras en grond. Tot begin 20e eeuw was hout schaars op het eiland, omdat er weinig bomen waren om hekken van te maken. Met de komst van prikkeldraad en gaas verdwenen de wallen uit het landschap. Sinds een subsidieregeling uit de jaren 90 worden oude wallen in ere hersteld en nieuwe wallen geplaatst. Het blijkt niet alleen goed voor het landschap; Texels’ flora en fauna is ook een stuk diverser geworden. De tuinwallen blijken uitstekende leefomgevingen te zijn voor bijzondere plantjes en insecten, die weer vogels aantrekken.

3. Oude dorpen met mooie kerkjes
Texel heeft prachtige oude dorpen, zoals Oosterend (streng gelovig, met veel kerken), De Waal en Den Hoorn. Den Hoorn heeft het mooiste kerkje van het eiland, herkenbaar wit met een klein spits torentje dat met een beetje zon het licht vangt. Als je vanuit het bos gefietst komt, kijk je zo over de velden op het dorp met haar torentje. Prachtig! Overigens zijn er vaak concerten in de kerkjes van de eilanddorpjes.

4. Hoge berg en het Skillepaadje
De Hoge Berg is de reden dat Texel bestaat. Het oudste gedeelte van het eiland, een heuvel (wel 15 meter hoog!) van Keileem (gletsjerpuin achtergebleven na de laatste ijstijd) en duidelijk zichtbaar in het landschap als je van de boot naar Den Burg rijdt aan je rechterhand. Het landschap is glooiend en de heuvel zelfs heeft verschillende “bosjes”. Vanaf de Hoge Berg naar Oudeschild loopt het Skillepaadje. Vroeger lagen hier waterputten met zwaar ijzerhoudend water. Dit water bleef wel 3 maanden goed en werd verkocht aan de VOC schepen die op de rede van Texel lagen om uit te varen naar de Oost. De opbrengst kwam ten goede aan het weeshuis.

5. Bos en duin: De Dennen en de Bleekersvallei
Het Texelse bos is eigenlijk niet zo oud. Pas begin 20e eeuw plantte Staatsbosbeheer hier dennenbomen, met als bedoeling houtproductie voor het eiland. Maar daar is het niet van gekomen, op de arme grond groeide maar weinig en zeker niet snel. Nu is het bos een prachtig gebied om te wandelen en te fietsen. In het vroege voorjaar is de grond wit van de sneeuwklokjes en in de herfst zijn er veel paddestoelen. Op de rand van bos en duin begint een favoriete wandelroute van mij. Mooie duinen en lekker over het strand. Het is de route door de Bleekersvallei die begint aan de Randweg. Deze duinvallei is in september prachtig paars van de bloeiende heide.

6. Wandelpaden door het boerenland
Er zijn een aantal nieuwe en vrij onbekende leuke wandelingen, ommetjes met een verhaal. Vaak met stukken over land waar niet eens een pad is, maar gewoon lekker door het veld. Ze zijn gemaakt door  Vereniging De Lieuw. Wij liepen het Ommetje Oude Hoorn, waar je kunt zien dat Den Hoorn ooit aan zee lag. Zelfs de Havensluis is oude glorie hersteld. Borden met informatie helpen je het oude landschap te “lezen”. Aanrader!

Bron Flickr
7. Mokbaai en Hors
Dit stukje Texel kun je al zien als je met de boot aankomt. De baai naast de veerhaven is de Mokbaai en is maar half gevuld met water tijdens laagwater. Dan zijn er heel veel watervogels die schelpjes en pieren uit het slib pikken. Vlak ernaast liggen de Horsmeertjes, de broedlocatie voor lepelaars. Mooie vogels met zo’n herkenbare lepelvormige snavel. Vanaf het wandelpad loop je de Hors op, een grote zandvlakte met jonge duintjes. Het heeft iets vervreemdends om de duinen achter je te laten en dat oneindig lijkende strand op te lopen.

8. Fietsen over het Waal- en Burgerdijkje
Er zijn zat fietspaden op Texel, maar deze is wel erg leuk en gevarieerd: Het Waal- en Burgerdijkje. Het pad begint eigenlijk net buiten De Koog vanaf de Ruigendijk rechts, nog voor de rotonde. Het fietspad slingert door de Texelse polder, met mooie vergezichten. Een intiem oud weggetje.

9. Voor kinderen: Sommeltjespad
Als je denkt dat kinderen niet van wandelen houden, dan heb je het mis. Neem ze mee naar het Sommeltjespad dat begint aan de Pelikaanweg ten zuiden van De Koog. Sommeltjes zijn bijzondere wezentjes, die bij daglicht in stenen veranderen of soms zelfs onzichtbaar zijn of veranderen in vreemde wezens, zoals een heks of een spin. Met een beetje zoeken zijn ze best te vinden langs het Sommeltjespad in het bos. Let maar op. Oh ja, en kijk ook af en toe naar boven, want ook daar zijn ook Sommeltjes te vinden…

10. Mooiste strandplekjes
Mensen zijn kuddedieren en gaan altijd op een kluitje zitten. Handig om te weten als je op zoek bent naar een rustig stuk strand. Neem een slag, ga links of rechts, loop een (halve) kilometer en bijna niemand te zien. Zelfs niet in het hoogseizoen! Bijvoorbeeld bij slag 22, zet je fiets bij slag 21 (bij strandtent Beach-Inn) en loop via het strand of achterlangs via het pad achter de duinen naar slag 22. Ook bijzonder is het waddenstrandje bij Oudeschild, waar je kunt zwemmen in de Waddenzee. Wel zwemschoentjes mee en afhankelijk van het tij.

Heb jij nog aanvullende tips? Zet ze in de reacties hieronder!

Lees nu ook: Tien Texelse tips - Culiniair (deel 2)>>

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen